KenniscentrumBehandelingenKnie › Kruisbandreconstructie › Voorste kruisbandreconstructie

Voorste kruisbandreconstructie

Door een ongeluk of een verkeerde beweging kan een kruisband in de knie scheuren. Dit geeft pijnklachten en veroorzaakt instabiliteit, omdat het onderbeen nu naar voren of naar achteren kan bewegen ten opzichte van het bovenbeen. Een deel van de patiënten herstelt door veel rust te nemen en door de spieren rondom de knie te versterken met behulp van fysiotherapie. Andere patiënten blijven klachten houden. Voor mensen met een actieve levensstijl kan een operatie een oplossing zijn.

De voorste kruisbandreconstructie

In het Slingeland Ziekenhuis worden twee verschillende methoden gebruikt om een gescheurde voorste kruisband te herstellen: de Jones-techniek en de hamstringtechniek. Voor iedere patiënt zal de orthopedisch chirurg bekijken welke methode het meest geschikt is en in overleg met de patiënt één van onderstaande methoden kiezen.

De Jones-techniek

Bij de Jones-techniek maakt de orthopedisch chirurg een nieuwe voorste kruisband van het middelste deel van de pees tussen de knieschijf en het scheenbeen. Aan de uiteinden van deze pees zit een stukje bot, waarmee de pees vastgezet kan worden aan het onderbeen en het dijbeen. Een voordeel hiervan is dat de pees meteen stevig vast zit. Een nadeel is echter dat de revalidatie soms langer duurt omdat er pijnklachten kunnen ontstaan op de plek waar de pees is weggehaald.

De hamstringtechniek

Bij de hamstringtechniek maakt de orthopedisch chirurg gebruik van twee pezen van de hamstrings (de buigspieren van het bovenbeen). De pezen worden met schroeven vastgezet op de plek van de oorspronkelijke voorste kruisband. Een voordeel van deze methode ten opzichte van de Jones-techniek is dat de revalidatie vaak sneller gaat, omdat er minder pijn ontstaat op de plek waar de pees is weggehaald.

De operatie aan de achterste kruisband

Een scheur in de achterste kruisband kan worden behandeld met een kijkoperatie. Tijdens deze operatie wordt de kruisband vervangen. Ook wordt eventuele andere schade aan knie verholpen. Vanwege de ligging van de achterste kruisband in de knie, is deze operatie complexer dan een voorste kruisbandreconstructie.

Alternatieve behandelingen

Voor sommige patiënten met een gescheurde kruisband volstaat een behandeling door de fysiotherapeut. Door oefeningen kunnen de beenspieren versterken, waardoor de stabiliteit van de knie verbetert. Veel patiënten blijven echter klachten houden en moeten toch geopereerd worden. Bij sommige patiënten wordt zelfs meteen voor een operatie gekozen, vooral bij jonge actieve sporters.

Na de operatie

Een kruisbandreconstructie duurt ongeveer anderhalf uur. Om het wondvocht af te voeren, laat de chirurg een drain (kunststofslangetje) in de wond achter. Dit vocht wordt buiten het lichaam opgevangen in een potje. Om de knie komt een drukverband.
Na de operatie gaat een patiënt naar de uitslaapkamer. Daar wordt ter controle een röntgenfoto gemaakt en worden de bloeddruk, ademhaling en hartslag gecontroleerd. Als dat stabiel is, gaat de patiënt weer naar de verpleegafdeling A2.
Op vaste tijden wordt er pijnstilling toegediend. Dit gebeurt via een infuus, of soms via een PCA-pompje. Dit is een pompje dat pijnstilling afgeeft en dat de patiënt zelf kan bedienen.

Revalidatie

De eerste dag na de operatie krijgt de patiënt bezoek van de fysiotherapeut. Hij installeert een CPM-apparaat (Continuous Passive Motion, oftewel continue passieve beweging). De patiënt dient dit apparaat te gebruiken om de knie te buigen en strekken. Doordat het apparaat zelf beweegt, hoeft de patiënt zich niet in te spannen om de knie te bewegen.
Vanaf de tweede dag na de operatie doet de patiënt oefeningen onder begeleiding van de fysiotherapeut, zoals traplopen en lopen met krukken. Meestal kunnen patiënten twee dagen na de operatie al naar huis.
Na ontslag uit het ziekenhuis duurt de volledige revalidatie ongeveer 9 maanden. Daarna mag de knie weer volledig belast worden. Ongeveer vier tot zes weken na de operatie zijn lichte werkzaamheden weer toegestaan. Fysiek zwaardere beroepen kunnen, in overleg met de arts, na ongeveer tien tot twaalf weken weer uitgeoefend worden.

Mogelijke complicaties

Bloeduitstorting en vochtophoping

Na de operatie kan er een bloeduitstorting ontstaan in het operatiegebied. Het been kan na enkele dagen ook dikker worden door vochtophoping. Overdag moeten patiënten een elastische kous dragen om vochtophoping zoveel mogelijk te voorkomen. Na ongeveer zes weken ziet het been er meestal weer slank uit.

Trombose en embolie

Omdat na een knieoperatie het been niet veel gebruikt wordt, en patiënten veel moeten zitten en/of liggen, is er een verhoogde kans op trombose of embolie (afsluiting van de slagader). Om dit te voorkomen krijgen patiënten na de operatie dagelijks een injectie met bloedverdunnende middelen. hoe lang?

Ontsteking of infectie in uw lichaam

Na de operatie kan een ontsteking ontstaan in de knie. Als de knie warm aanvoelt of rood wordt, of wanneer er vocht uit de wond lekt, dient u contact op te nemen met de polikliniek Orthopedie.


Deel deze pagina: