KenniscentrumBehandelingen › Heup › Anatomie van de heup

Anatomie van de heup

Heupgewrichten met bekken. Bron: Nederlandse Orthopedische Vereniging www.zorgvoorbeweging.nl

Heupgewricht, heupkop en heupkom

Het heupgewricht is de verbinding tussen het bovenbeen en het bekken. Het bestaat uit een kop en een kom. De kom wordt gevormd door het bekken. De heupkop zit vast aan het dijbeen en past precies in de heupkom. Beide botdelen zijn bedekt met kraakbeen. Dat is een gladde elastische laag, die schokken en stoten opvangt, zodat de heup soepel kan bewegen. In grote gewrichten, zoals de heup, kan het kraakbeen tot 6 mm dik worden.
Het heupgewricht is een kogelgewricht. Kogelgewrichten zijn erg flexibel. Het bovenbeen kan ten opzichte van het bekken in bijna alle richtingen bewegen.

Gewrichtsbanden

Om de botten van het gewricht zitten gewrichtsbanden. Deze banden worden ook wel ligamenten genoemd. In het heupgewricht zitten vijf gewrichtsbanden, die zijn opgebouwd uit bindweefsel. Bindweefsel is bedoeld om stevigheid te geven aan gewrichten. De gewrichtsbanden zorgen voor stevigheid en voor de bloedtoevoer.

Spieren

Om de gewrichtsbanden zitten spieren en pezen. Spieren zorgen voor de beweging van het been, pezen zorgen voor de aanhechting van de spieren aan het bot. Er zijn spieren die zorgen voor het strekken van het been, deze lopen aan de voorkant van het bovenbeen naar de knie. Aan de binnenkant van het bovenbeen liggen spieren die zorgen dat de benen naar elkaar toe kunnen bewegen. Aan de achterkant van het been lopen de hamstrings, die zorgen voor het buigen van het been. Enkele kleine spieren tussen het bekken en de heup spelen een rol bij het stabiliseren van de heup.


Deel deze pagina: