KenniscentrumZiekte/aandoeningKnie › Kraakbeenletsel › Kraakbeenletsel aan de knie

Kraakbeenletsel aan de knie

Het kniegewricht bestaat uit drie botten: de knieschijf, het scheenbeen en het dijbeen. De uiteinden van deze botten zijn bedekt met een laagje kraakbeen. Dat is een gladde elastische laag, die schokken en stoten opvangt, zodat de knie soepel kan bewegen. Het kraakbeen is goed bestand tegen wrijving. Kraakbeencellen in de knie kunnen zich niet delen. Dat betekent dat er geen nieuw kraakbeen aangemaakt kan worden door het lichaam als het kraakbeen verdwenen is.

Oorzaak

Er zijn meerdere oorzaken voor kraakbeenletsel in de knie.
  • Artrose: slijtage van het kraakbeen in de knie (gonartrose).
  • Artritis: aantasting van het kraakbeen door het omliggende gewrichtsvlies dat ontstoken is, bijvoorbeeld door reuma.
  • Trauma: Door een ongeluk of bijvoorbeeld een val tijdens het sporten, kan er schade ontstaan aan het kniegewricht. Zo kan een breuk in het kraakbeen zijn ontstaan of kan het kraakbeen loslaten. Dit zorgt voor plaatselijk verlies van kraakbeen.
  • Ontbreken van de meniscus (na operatieve verwijdering) of een kapotte de kruisband.
  • Geen bloedtoevoer naar het bot (Osteochondritis dissecans): dit is een aandoening waarbij de bloedtoevoer naar het onderliggende bot tijdelijk stopt. Hierdoor sterft een gedeelte van het bot af. Dit veroorzaakt het loslaten van kraakbeen op het stuk bot omdat het geen stabiele ondergrond meer biedt.

Klachten

Er zitten geen zenuwen of bloedvaten in kraakbeen. Hierdoor kan schade aan het kraakbeen ook niet direct pijn doen. De pijn die optreedt, komt door de geïrriteerde structuren rondom het kraakbeen, zoals de wrijving van de botten in de knie.
Als het kraakbeen beschadigd is kan de patiënt last krijgen van pijn, zwelling, instabiliteitgevoel, het ‘op slot' gaan van de knie en het horen kraken van de knie.

Stadium kraakbeenletsel

Afgezien van de ernst van de aandoening spelen ook de plaats en de omvang een rol bij het veroorzaken van klachten. Het letsel van kraakbeen kan worden ingedeeld in vier stadia:
  1. Verweking van het kraakbeen, het kraakbeen wordt zachter op een bepaalde plek;
  2. Het kraakbeen heeft rafelige randen of scheurtjes aan het oppervlak gekregen;
  3. Verlies van een gedeelte van het kraakbeen (scheuren of groeven) waardoor de dikte van de laag kraakbeen is afgenomen;
  4. Verlies van de gehele laag kraakbeen op een specifieke plek, waardoor het onderliggende bot niet langer bedekt is.
Als het kraakbeen in stadium 4 zit, dan zijn alle lagen van het kraakbeen kapot. Soms komen er losse stukje kraakbeen in het gewricht terecht. Deze zorgen voor nog meer schade aan het kraakbeen.

Diagnose en onderzoek

De arts stelt de diagnose aan de hand van de aard van de klachten, lichamelijk onderzoek en röntgenfoto's. Eventueel zal een MRI-scan of een artroscopie (kijkoperatie) van de knie plaatsvinden.

Behandeling

Niet operatief

Het advies is om het gewricht niet te veel te belasten. Dat betekent in sommige gevallen afvallen en / of minder sporten. Ook fysiotherapie kan effect hebben.
Behandeling met medicijnen zoals NSAID's (pijnstillers) of corticosteroïden (ontstekingsremmers) gaat pijn, ontsteking en zwelling tegen.

Operatief

Om de schade aan het kraakbeen in de knie te herstellen kan een operatie uitkomst bieden. Er zijn twee verschillende operatietechnieken die in dit geval kunnen worden toegepast.
Welke operatie er wordt gekozen is afhankelijk van leeftijd, omvang van de schade aan het kraakbeen en eerdere behandelingen.
Het succes van de ingreep is afhankelijk van de ernst en omvang van de schade, de aanwezige pijn, andere afwijkingen en de mate waarin iemand actief is.
Tijdens een kijkoperatie haalt de orthopedisch chirurg in elk geval losse stukken kraakbeen weg en wordt het gewricht schoongespoeld.

Reparatie van het kraakbeen

Het herstel van de schade aan het kraakbeen vindt plaats door stimulatie van de beenmergcellen in het bot. Deze cellen zijn namelijk in staat om ‘litteken-kraakbeen' aan te maken. Dit littekenweefsel vult het gat in het kraakbeen dat is ontstaan op. Om te zorgen dat littekenkraakbeen wordt aangemaakt worden tijdens de operatie gaatjes geboord in de botlaag onder het beschadigde kraakbeen. De oorspronkelijke laag zal niet helemaal worden hersteld, bovendien is littekenkraakbeen van mindere kwaliteit. Soms is herstel op deze wijze niet mogelijk omdat de schade aan het kraakbeen te groot is.
Als het littekenkraakbeen zich heeft gevormd, verbetert de bewegelijkheid van de knie. Ook zal de pijn verminderen. Na de operatie mag de knie zes weken niet actief belast worden, maar na drie weken mag wel worden gestart met oefeningen op een hometrainer.

Kraakbeen kweken en terugplaatsen

Deze techniek wordt weinig gebruikt en wordt alleen toegepast als de verwachting is dat reparatie van het kraakbeen onvoldoende effect zal hebben. Het doel van deze techniek is om weefsel aan te brengen in het gewricht dat lijkt op normaal kraakbeen. Het gebruik van eigen kraakbeen uit een ander gewricht is geen optie, omdat dit te veel risico's met zich meebrengt.
Tijdens een artroscopie wordt een stukje kraakbeen uit de knie gehaald. Dit wordt in het laboratorium op kweek gezet om zo meer kraakbeenweefsel te krijgen. Het lichaam kan nieuw kraakbeen in de knie niet zelf aanmaken, maar in het laboratorium worden de ideale omstandigheden gecreëerd. Later zal dit weefsel weer worden aangebracht op de plek waar de schade zit. Deze operatie wordt alleen uitgevoerd bij jonge mensen met beperkte schade aan het kraakbeen. Het is een zeer kostbare techniek, die weinig wordt toegepast.


Deel deze pagina: