KenniscentrumBehandelingenKnie › Knieprothese › Knieprothese
Patiëntenfolders

Knieprothese

Vervanging van het kniegewricht


Illustratie van positie Knieprothese in de bestaande knie. Bestaande uit metalen dijbeencomponent en scheenbeencomponent en daartussen een kunststof knieschijf.Het aanbrengen van een knieprothese is een effectieve behandeling voor mensen die een versleten knie hebben. Doordat het kraakbeen in de knie slijt (artrose), bewegen de botten in het kniegewricht direct tegen elkaar. Dit veroorzaakt veel pijn, vooral bij lopen, traplopen en staan. Daarnaast zit er vaak vocht in de knie en is de knie stijf.
Als de slijtage aan de knie steeds erger wordt en de klachten toenemen, is een operatie vaak de enige oplossing. Het kniegewricht wordt vervangen door een prothese (kunstgewricht). Het vervangen van (een deel van) het kniegewricht door een knieprothese is een veelvoorkomende operatie. De pijn zal sterk verminderen of helemaal verdwijnen. Lopen zal een stuk makkelijker gaan en de knie is gemakkelijker te bewegen.
Bij veel patiënten met artrose zit de slijtage vooral aan de binnenkant van de knie en is het kraakbeen aan de buitenkant van de knie nog goed. Het is dan mogelijk om een halve knieprothese (hemiprothese) te plaatsen. Voordelen van een hemiprothese zijn dat er meer weefsel behouden kan blijven en dat de revalidatie korter duurt. Een voorwaarde voor het plaatsen van een halve knieprothese is een intacte voorste kruisband en geen slijtage aan de buitenzijde van de knie.
Bij sommige patiënten is de knieschijf ook deels versleten. Dan wordt soms ook een deel van de knieschijf vervangen door een prothese.

De knieprothese

Een knieprothese bestaat uit twee metalen delen. Een deel wordt aan het dijbeen (bovenbeen) vastgemaakt en een deel aan het scheenbeen (onderbeen). Tussen de twee delen zit een kunststof schijf die er voor zorgt dat het gewricht soepel kan buigen en strekken.

Röntgenfoto's van knieprotheses waarop de metalen componenten goed zichtbaar zijn.

Alternatieve behandelingen

Bij lichte slijtage aan de knie kunnen pijnstilling en fysiotherapie effectief zijn. De patiënt mag de knie dan minder belasten en krijgt oefeningen om de beenspieren te versterken. Ook pijnstilling middels tabletten (paracetamol, middelen als diclofenac etc) of een corticosteroiden infiltratie in de knie behoren tot de mogelijkheden. Als de slijtage erger wordt en de klachten toe nemen, kan voor een operatie gekozen worden.

Voorlichtingsbijeenkomst

Er is een voorlichtingsbijeenkomst voor mensen die in aanmerking komen voor een knieoperatie en voor hun partner. Tijdens deze bijeenkomst krijgen patiënten uitgebreide informatie van de orthopeed, de orthopedie-verpleegkundige en de fysiotherapeut. De operatie en de revalidatie komen uitgebreid aan bod.

De operatie

plaatsing totale knieprothese: het versleten kniegewricht, het bot wordt passend gemaakt en het kunstgewricht wordt geplaatst.Het plaatsen van een knieprothese duurt ongeveer anderhalf uur. Tijdens en na de operatie wordt via een infuus antibiotica toegediend om infecties te voorkomen.
De knie wordt aan de voorkant opengemaakt met een spiersparende huidsnede. De beschadiging van spieren blijft zo beperkt, waardoor de revalidatie sneller gaat. De orthopedisch chirurg verwijdert de beschadigde delen van het dijbeen en scheenbeen. Daarna worden de botten passend gemaakt op de vorm van de prothese.
De prothese wordt in het dijbeen en het scheenbeen vastgemaakt met botcement. Door dit cement zit de prothese direct goed vast. Bij sommige patiënten is de knieschijf ook deels versleten. Dan wordt ook een deel van de knieschijf vervangen door een prothese.
Na afloop wordt de wond gehecht met een draad die onder de huid ligt, alleen de knoopjes zijn aan de buitenkant zichtbaar en vallen na 2-3 weken van de huid

Mogelijke complicaties

Bloeduitstorting en vochtophoping

Bij de meeste patiënten ontstaat een bloeduitstorting in het operatiegebied. Het been kan na enkele dagen ook dikker worden door vochtophoping. Overdag moeten patiënten een elastisch kous dragen om vochtophoping zoveel mogelijk te beperken.

Trombose en embolie

Omdat na een knieoperatie het been minder gebruikt wordt, en patiënten meer zitten en/of liggen, is er een verhoogde kans op trombose of embolie. Om dit te voorkomen krijgt u dagelijks tot 5 weken na de operatie tabletten met bloedverdunnende middelen.

Doorliggen (decubitus)

Doorliggen veroorzaakt een beschadiging van de huid of het onderliggende weefsel, wat vooral ontstaat bij patiënten die veel liggen. Het ontstaat door voortdurende druk op de huid en door schuiven in bed. Om dit te voorkomen dient u voldoende en gevarieerd te eten en oefeningen te doen in bed, maar vooral snel uit bed te komen 

Ontsteking of infectie in uw lichaam

Tijdens en na de operatie krijgt u antibiotica via een infuus. Na de operatie of zelfs jaren later kan er een ontsteking ontstaan in de knie. Als de knie warm aanvoelt of rood wordt, of wanneer er vocht uit de wond lekt, dient u contact op te nemen met de polikliniek Orthopedie. Een infectie is een vervelende complicatie en kan in enkele gevallen leiden tot loslating van de knieprothese. De knieprothese moet dan worden verwijderd en na twee tot zes weken, indien mogelijk, worden vervangen door een nieuwe prothese. Ook bij infecties in andere delen van het lichaam, is het belangrijk tijdig te starten met antibiotica, om een infectie van de prothese te voorkomen.

Loslating prothese

Op de lange duur, tussen de vijftien en twintig jaar, kan een knieprothese los gaan zitten. Contact tussen de kunstknie en het bot of tussen het bot en het botcement waarmee de nieuwe knie is bevestigd, kan verloren gaan. Een nieuwe operatie is dan nodig om de oude knieprothese te verwijderen en indien mogelijk een nieuwe knieprothese te plaatsen.

Ziekenhuischeck

De websie Ziekenhuischeck.nl geeft de kwaliteit en behandelresultaten voor knieslijtage weer van het Slingeland Ziekenhuis. Tevens kunt u de resultaten vergelijken met andere ziekenhuizen.

Fast Track behandelprogramma

In het Slingeland Ziekenhuis is het behandelprogramma 'Fast Track' ingevoerd. Het doel van dit programma is het welbevinden van de patiënt te bevorderen. Dit betekent dat de patiënt na de operatie minder pijn heeft en niet of minder misselijk is. Hierdoor kan de revalidatie beter en eerder plaatsvinden. Op de dag van de operatie, binnen 4 tot 6 uur na de operatie, start de revalidatie onder begeleiding van de fysiotherapeut en de verpleegkundige.
Doordat het revalideren beter en sneller gaat, kan de opnameduur ook korter zijn. 
De patiënt kan meestal op de 2e dag na de operatie al naar huis, mits:
  • de patiënt niet te veel pijnklachten heeft
  • de wond er goed uit ziet
  • de patiënt kan staan en lopen en dit veilig en verantwoord is
Onder begeleiding van de fysiotherapeut gaat de revalidatie thuis verder.
Een goede voorbereiding voor deze ingreep is erg belangrijk. Alle informatie krijgt de patiënt tijdens het bezoek aan de polikliniek mee naar huis. Tevens zijn er voorlichtingsmiddagen, waar de fysiotherapeut, de verpleegkundige en de orthopedisch chirurg u informeren over de benodigde voorbereiding thuis, de opname, de operatie en de revalidatie.

Meer informatie over Fast Track bij heup- en knieoperaties

Blogbericht: Nieuwe aanpak bevordert snel herstel patiënt
Folder: Totale knieprothese



Deel deze pagina: